loading
huis_droite

Bomen vertellen

In de tuin van:

Familie Mertens
Houtseweg 33
2340 Beerse

Bomen vertellen

In de tuin van:

Familie Mertens
Houtseweg 33
2340 Beerse

Bomen vertellen

Foto’s en tekst: Anaïs Berck
Eindredactie: Patricia De Laet
Grafisch Ontwerp: Sarah Garcin
Drukwerk: Drukkerij Dirk Gillis, 1070 Brussel
Softwares: Libre office, Markdown, Gimp, Imagemagick, html, css.
Uitgegeven op tien exemplaren door Boomgriffier, Brussel, mei 2017.

Website boek: http://www.boomgriffier.eu

© Boomgriffier, Anaïs Berck, Brussel, 2017. Copyleft : de inhoud van dit boek is vrij te kopiëren, te veranderen en weer uit te geven onder de voorwaarden van de Free Art License http://artlibre.org.

kastanje_gauche

Voorwoord

Het huis van de familie Mertens wordt na 44 jaar verkocht en omgebouwd tot residentie Godin. Door de ligging van het huis in een urbane zone is de tuin intussen bouwgrond geworden. De hoge bomen in de boomgaard naast het huis, worden gelukkig gevrijwaard. Als een eresaluut aan dit kleine paradijs trok ik hun tuin in en ging in gesprek met de bomen. Ik ontdekte exemplaren die zij nooit eerder hadden opgemerkt, zoals de wijze atlasceder en de bange meelbes. Wat volgt is een portret, opgetekend in april en mei 2017.

Maar eerst een korte schets van de context. Het huis van de familie ligt in Beerse, op een boogscheut van Turnhout. Exact negentig jaar geleden werd het als directeurswoning gebouwd door Meneer Godin, toenmalig zaakvoerder van de chemiefabriek Compagnie Métallurgique de la Campine, het ‘Oud Chemical’ in de volksmond. Een jaar later al verbouwde hij het tot een tweewoonst om er de ingenieurs van zijn fabriek te huisvesten. De boomgaard werd ook verdeeld, met grijze betonnen platen.

In januari 1973 verhuisden de hoogzwangere moeder, de vader en hun twee zoontjes naar het rechterdeel van het huis. Vader installeerde er zijn praktijk als huisarts. Op het einde van die maand werd hun dochtertje geboren. Toen hun buren vijf jaar later naar een nieuwbouwwoning vertrokken, beslisten de ouders om het huis weer een te maken. En ook de tuin. Als symbool plantte architect Mil Roefs, in gezelschap van alle kinderen uit de buurt, een tamme kastanje uit zijn tuin centraal achterin de boomgaard.

Het afscheid van de kastanje inspireerde hen tot dit portret. Hun diepe dank gaat uit naar die bijzondere boom.

Dat de bomen en de plek de toekomstige bewoners mogen blijven inspireren.

Anaïs Berck

huis_droite
voortuin_droite

tuin_page_gauche
tuin_page_gauche

De tuin

Vanaf de straat lijkt het huis niet meer dan een voortuin te hebben, al is het er een waarin enkele machtige bomen zegevieren. Twee vrolijke iepen becommentariëren het leven langs het voetpad, een esdoorn en twee meelbessen luisteren mee, hun stammen gezellig afgeschermd door bamboe en rododendron. De voortuin is afgezoomd door metershoge hulst, rozenbottelstruiken en seringen. Vrienden van de tuin weten dat de groene wand gezichtsbedrog is. Een brede gang scheidt de verschillende struiken van elkaar en vormt de toegang naar de eigenlijke tuin.

Langs drie kanten ingesloten tussen de achtertuinen van lange rijen huizen, is de brede rechthoek van de boomgaard met zijn malse gras en de jonge fruitbomen de perfecte ligmat voor een uniek natuurtheater. De wind krijgt er alle speelruimte om zich uit te leven, veegbruine eikenblaadjes fladderen op, grashalmen buigen om en trillen zachtjes. Ze vormen de scène voor het orkest van insecten, vogels en boomkruinen die, onder de kundige leiding van het weer, dag in dag uit onuitputtelijke improvisaties brengen. Houtduiven vliegen af en aan, kraaien huizen hoog in de atlasceder, eksters jagen op alles wat blinkt, de Vlaamse gaai probeert zijn wintervruchten terug te vinden, de zorgeloze vink fluit zijn immer vrolijke lied, grote families mussen en koolmeesjes tsjilpen als hadden ze elkaar in jaren niet gezien, zoemende hommels smullen van de honing van de pinksterbloemen, merels zingen uitbundige serenades, een verstrooide haan kondigt het einde van de siësta aan.

Ze voeren de urbane wereld naar de achtergrond, waar die als een vertrouwde bondgenoot blijft meespelen, met auto’s die in de verte voorbijrijden, dichtslaande portieren, ouders die naar hun kinderen roepen, of het geraas van een vliegtuig richting noorden.

Katten en eekhoorntjes maken de hoofdacts uit, en af en toe ook een familie egels. Kijk, daar verschijnt een poes. Zij - of is het een hij - heeft grijze, zwarte, oranje en witte vlekken. Ze maakt een gracieuze halve cirkel en verdwijnt door een gat naar de buren. Waar de betongrijze plakkaten van de omheining zijn ingezakt van ouderdom of van kinderen die ondanks berispingen van hun ouders, toch over de ‘schans’ bleven klimmen, zijn ze vervangen door draad, waarlangs de klimop weelderig groeit. Het lijkt alsof enkele oude bomen ooit de grenzen van de tuin moesten aangeven. Enkele doen dat nog, maar het grootste deel van de afsluitingen is het terrein van de hazelaars. Hun buigzame twijgen zijn dankbare klimrekken voor de eekhoorns en ja, dus ook voor de poezen, die als in een choreografie van de ene tuin naar de andere dansen. Hun zachte pootjes doen de meiklokjes ritselen.

Achterin wordt de boomgaard afgesloten door wat de familie ‘het bos’ noemt. Het is een strook van een tiental meter diep, waar in alle rust enorme bomen leven. Een atlasceder, een Amerikaanse eik, enkele sparren, twee oude berken. Ze zijn als de strijkers van het orkest, begeleid door een zevental strakke blazers. Dat zijn de hoge populieren, die een paar meter verder bij de buren, precies op een rij en met evenveel afstand tussen elke boom, een tachtigtal jaar geleden zijn aangeplant. Zelfs het fijnste zuchtje wind doet hun bladeren ruisen als lag verderop, op fietsafstand, de wijde oceaan.

huis_page_droite

kastanje_gauche

kastanje_gauche

kastanje_droite

Tamme kastanje

Castanea sativa

Hoogte: 21 m

Omtrek: 1,97 m

Aanplanting: 1978

Ik was nog maar een jaar of twintig toen de boomgaard werd heraangelegd. Alle oude laagstammen gingen eruit en hoogstammetjes kwamen in hun plaats: appelbomen, kerselaars en perelaars. Twintig jaar is piepjong voor mijn soort. Maar omdat de nieuwe fruitbomen nog veel jonger waren en ze mijn rustige natuur op prijs stelden, werd ik al snel de grootmoeder, Omaatje. De bomen achter me zijn nochtans een stuk ouder. We zijn gescheiden door een pad, dat de kinderen van dit gezin met vele rondjes fietsen en lopen zo verdicht hebben, dat hun eerste myceliumlaag niet meer tot hier reikt. Het pad is voor ons als een rivier voor jullie.

Ik ben hier beginnen wortelen op het moment dat de scheidingsmuur in het midden van de tuin is weggehaald. De tweewoonst werd een eengezinswoning en de tuin deed mee. Daarom sta ik ook precies in het midden. De architect die me hier heeft geplant, had me met veel liefde en toewijding opgekweekt in zijn eigen tuin.

Op een ochtend kwam hij het me vertellen, dat de lommer van mijn moeder me elke schijn van kans ontnam om volwassen te kunnen worden en dat hij de ideale plek voor me wist, in een tuin van een gezin met vier kinderen. Vanuit de eetkamer zouden zij me elke dag zien en ik zou hen dagelijks voelen. Ze zouden mijn overtollige vruchten rapen in de herfst en ze in de tuinen van vriendjes verspreiden.

Enkele uren later stond ik hier, in gezelschap van de zoons, het dochtertje, de ouders, de jongens uit de buurt. Het was een vrolijk gebeuren.

Met grote ogen keek het dochtertje me aan, ongelovig als ze was dat er aan mijn takken kastanjes zouden groeien, de vrucht die haar moeder haar een dag eerder had getoond. De kastanje was zo zacht, bruin en glimmend dat zij die lang tegen haar wang had gehouden. Haar moeder had de vrucht gepeld en de zoete knapperige stukjes had het kind bijzonder gevonden. Dat meisje keek er erg naar uit om me te zien groeien! Zij en ik, wij zouden aan hetzelfde tempo groeien, zo zei de architect tegen haar. Dat wilde ze graag geloven, hoorde ik haar denken, toen ze met haar mollige kinderhandjes een kluit zand over mijn wortels gooide.

Sinds enkele jaren ben ik ziek. Ik kleur zwart aan een kant van mijn stam. Datzelfde dochtertje, nu een vrouw van 44, ontdekte het, omdat mijn vruchtjes te vroeg afvallen. Ik weet precies wat me ziek heeft gemaakt. Ik had een prachtige zijtak ontwikkeld, waarvan de boomchirurg vreesde dat die zou scheuren. Maar zelfs een scheur was minder fataal geweest dan zijn ingreep. Hij zaagde mijn arm eraf, een wonde van 18 op 22cm. Alle moeite van de wereld heb ik gedaan om voldoende weefsel aan te maken en de wonde te hechten. Maar qua snelheid leggen wij het af tegen de schimmels en bacteriën.

Ze zijn ook met zoveel. Als je binnenin zou kunnen kijken, zou je zien dat ik me ook daar geen moeite heb gespaard. Maar tevergeefs. Ik zal de familie nog wel overleven, maar in bomentaal ben ik nu al ten dode opgeschreven. Het zou me plezieren als mijn vruchten nog enkele seizoenen zouden uitzwerven naar andere plekken, tuinen, parken of bossen met veel kinderen, want het is voor een zaailing een fantastisch schouwspel om jullie, mensen, te zien opgroeien.

kastanje_page_droite
kastanje_page_droite

kerselaar_page_droite

Kerselaar

Prunus avium

Hoogte: 16,5 m

Omtrek: 1,21 m

Aanplanting: 1929

Ik werd aangeplant toen het huis klaar was, in 1929. Ook al ben ik dikke maatjes met Oma, toch is mijn verhaal heel anders. Zij is in alle vrijheid opgegroeid, zie je. Haar weelderige zijtak moest eraan geloven, maar al bij al is ze haar gang kunnen gaan.

Ik ben geënt.

Voor een boom is dat zoiets als voor de vorige generaties Chinese vrouwen. Hun voeten werden van jongs af aan ingebonden. Het beloofde hen meer status, meer schoonheid en meer kans op een welgesteld nageslacht. Mijn takken zijn inderdaad erg stabiel en jarenlang heb ik weelderig vruchten voortgebracht. Maar voor wie moesten wij lijden? Inderdaad, voor onze meesters.
Die enting is als een eeuwig litteken. Maar de verstikking is weg, de vergeving heeft plaatsgevonden. En ik word al van ver herkend, ik ben een kind van mijn tijd.

De andere reden voor de zwaarte die je bij me voelt, is dat ik veel vrienden te vroeg heb zien vertrekken. Als je zo alleen zo oud wordt, is het moeilijk om daar niet aan te denken. De familie herinnert zich die nog. De kerselaar van hiernaast, bijvoorbeeld, met haar excentrieke eigenaar. Alles probeerde die man om de kersen van de vogels te vrijwaren. Hij hing cd’s in haar takken in de hoop dat de weerkaatsing van de zon hen zou afschrikken. En op een ochtend besliste hij om een luidspreker in de kruin te hangen. De hele wijk kon meeluisteren naar het nieuws van acht uur. Ik kan de geluidsgolven nog altijd voelen in mijn kernhout.
Mijn takken buigen stilaan neerwaarts. Het einde is al in zicht, maar het is nog niet begonnen.

Ook dat is reden tot zwaarte. Op honderd jaar tijd is hier elke weide of boomgaard volgebouwd. Er rest me weinig plaats om te transformeren eens ik mijn aftakelingsproces op gang breng. En nog veel minder, straks, wanneer de fruitbomen plaats gemaakt hebben voor appartementen.

Maar droevig maakt dat alles me niet, oh nee! Het blauwe licht dat ik uitstraal is jou ook opgevallen. Dat licht is het geheim van deze tuin. Maar zonder goedkeuring van de atlasceder zal je het aan niet één boom weten te ontfutselen.

Noot van de auteur
Na het bezoek aan de kerselaar, ging ik langs bij de atlasceder, benieuwd als ik was naar het geheim. De atlasceder was kordaat en zelfs een tikkeltje streng: ‘Ik zal geen toestemming geven, tot je alle bomen van de tuin hebt bezocht.’ Ik wist wat me te doen stond.

kerselaar_page_droite
kerselaar_page_droite

Notelaar

Juglans regia

Hoogte: 15 m

Omtrek: 0,82 m

Aanplanting: 1994

De notelaar heeft wervelende spiraalvormige energieën, die je vanop afstand kan ervaren. Hij houdt er niet van wanneer mensen tegen zijn stam leunen. Hij is eerder teruggetrokken. Misschien is schuchter een geschiktere beschrijving. Daarom spreekt hij ook liever niet uit eigen naam.

Deze boom is amper vijfentwintig jaar oud. Dat is piepjong voor een notelaar. Hij kreeg deze plaats toegewezen, omdat dit het rustigste hoekje van de tuin is. Hier wordt geen voetbal gespeeld. Hier passeren geen kruiwagens vol gras, onkruid of gesnoeide takken richting composthoop. Vijf jaar lang kreeg hij de weldadige rust die jonge notelaars zo nodig hebben. Vanaf de eerste vruchten ontving hij regelmatig bezoek, maar alleen op warme zomeravonden. Aan de eenzame mensen die tot achterin de tuin liepen, leende hij twijgen met geurige bladeren die de muggen een nacht lang op afstand hielden. Zijn noten worden gretig gesmuld door de familie pluimstaart. Bij de eiken en de atlasceder liggen de doppen flink uitgestrooid. Aan zijn voeten groeit wilde aardbei. En op zijn bast heeft hij enkele sierlijke korstmossen, het begin van een sjaal.

Hij vraagt of het mogelijk is om deze strook van de tuin af te schermen tijdens de verbouwingswerken, en of de machines buiten de omtrek van zijn kruin willen blijven. Hij zou graag heel erg oud willen worden en veel vruchten voortbrengen voor de nieuwe bewoners. Over nog eens twintig jaar, als zijn kruin groot en breed genoeg is, droomt hij van een bank in notelaarhout, op voldoende afstand van zijn stam. Daar zal het heerlijk toeven zijn in de schaduw van zijn bladeren.

Hij betreurt dat de natuurlijke rust zal verdwijnen, maar is blij dat hij niet langs een drukke weg komt te staan, zo plots. Of ik al opgemerkt heb dat zijn vruchten groeien in de vorm van longen? Notelaars groeien graag waar de lucht goed is.

Over de vorst van midden april die haast al zijn katjes vernielde, rept hij met geen woord.
‘Ach, ik ben nog jong,’ zegt hij wanneer ik ernaar vraag. ‘Volgend jaar wordt dan vast een mastjaar.’

notelaar_page_droite
notelaar_page_droite

Appel- en perenbomen

Aantal: 9

Hoogte: gemiddeld 2,5 m

Omtrek: gemiddeld 0,25 m

Aanplanting: 1994

Wiske werd ze door de eerste bewoners genoemd. Ze was jovialer dan de andere fruitbomen. Kinderen mochten planken in haar timmeren en dag en nacht in haar kruin klimmen. Nooit is er een bengel uitgevallen. Toen ze oud werd, probeerde ze haar huid zoveel mogelijk vast te houden of met de wind mee te geven op momenten dat de kinderen op school waren. Ze wist dat die korzelige donkere brokjes jeuk veroorzaakten op zachte kinderhuidjes.

De mannen met de kettingzaag hebben het ongeluk begaan om haar als eerste boom te willen vellen. Net als de andere oude fruitbomen die toen zijn omgezaagd, had ze afscheid willen nemen van de kinderen die haar zo gelukkig hadden gemaakt. Onvoorbereid als ze was, liet ze een enorme schreeuw die door de schimmels werd verspreid tot voorbij de grenzen van het dorp. Iedereen was verwittigd, en iedereen is in de stress geschoten. De hele grond zat vol cortisol. Alle bacteriën, wormen, torren, wantsen, grassen, bloemen, struiken en bomen en alle aanverwante dieren die al die jaren in rust hadden geleefd, zijn toen zo opgeschrikt dat ze het er nu soms nog over hebben. De Schreeuw wordt het voorval genoemd.

De stress was hun lijf niet uit toen wij arriveerden. Beeld je in, wij werden geboren in de rijke mestgrond van de bomenkwekerij en regelmatig bijgevoed met zachte luchtige aarde. Ons werd verzekerd dat de verplaatsing erg zwaar zou zijn, maar dat we dan een goed voorbereide wei van voormalige laagstambomen als thuis zouden krijgen. Nog niet bekomen van de reis, belandden we in de totale chaos van de nog maar net voltrokken ramp.

Postnataal trauma zouden jullie zoiets noemen. De wormen en zwammen die in normale omstandigheden maar al te graag met ons samenleven, waren totaal lusteloos. Ze hadden gewoonweg geen honger. Sommigen waren omgekomen, vermoord door anderen, of ze lagen lam van angst. Wij waren baby’s. We hebben moeten knokken om te overleven. Sommige hebben het opgegeven onderweg, zoals de vier kerselaren. Nummer vijf is nog maar net gestorven, hij staat er nog.

Omaatje heeft ons erbovenop gehouden. Zie je haar? Je kan het haar vragen, zij heeft de Schreeuw ook meegemaakt. Wanneer ze maar kon, heeft ze ons aangemoedigd en mineralen en suikers doorgestuurd. Dat is hoogst uitzonderlijk tussen bomen van verschillende soorten, maar zij deed het. Een waar mirakel was dat.

We hebben misschien groeistoornissen gehad, maar we zijn hier wel graag. We weten intussen dat we de nieuwbouw niet zullen overleven. We begrijpen het ook. Als moet gekozen worden tussen oude hoge bomen die nog gezonde vruchten geven, zoals de eiken, de oude kerselaar, de atlasceder en de berken, of wij, dan hoeft dat geen betoog. Maar als jij echt een bomengriffier bent, zoals je zelf aangeeft, zou je er dan voor kunnen zorgen dat we de geschiedenis ingaan als een vrolijke bende? En niet met het treurige medelijden dat we de voorbije jaren zo vaak hebben gevoeld, van al die bezoekers die weten hoe hoog en breed wij hadden moeten zijn op onze leeftijd. Dank je wel!

appelboom_page_gauche
appelboom_page_gauche

am_eik

Amerikaanse eik

Quercus rubra

Hoogte: 34 m

Omtrek: 3,35 m

Aanplanting: 1929

Ik kijk uit over het hele dorp. Ik zie letterlijk alles.

Het leven op deze plek is niet eenvoudig, vroeger niet en nu niet. Mijn hart is ervan dichtgeslibd. Maar ik spreek geen kwaad over mijn omgeving. Dat siert een Amerikaanse eik niet. Wij zijn de elite onder de bomen. We zijn sterk, we groeien snel en sierlijk en wanneer we het chlorofyl terughalen uit de bladeren in de herfst, kleuren we dieprood. Dat vinden mensen in deze streek prachtig.

Ik leef hier sinds 1929, net als de kerselaar, aan de rand van het domein. Intussen heb ik de eer me niet alleen via vruchten voort te planten, maar ook via de jonge loten aan mijn voeten. Ik heb er een heel aantal.

De vliegtuigen die overvliegen herinneren me aan de oorlog. In deze tuin zijn mensen en dieren omgekomen. Afgeslacht. De boomgaard was deel van een vluchtroute voor Joden en mensen die niet naar de werkkampen wilden. Ze werden ondergebracht in boerderijen en onderaardse verblijven, voor ze weer verder konden trekken. Deze plek had een prachtig hol onder de grond, maar werd verklikt. Achter in het bos vond de vergelding plaats. Drie mannen hebben er het leven gelaten. Ze zijn er halsoverkop begraven.

De kinderen van de familie voelden allemaal dat je daar best niet te lang en zeker niet alleen uithing. De atlasceder heeft het grote werk van de transformatie op zich genomen. De lichamen zijn intussen verteerd. De grond is geheeld.

Met zo’n geschiedenis begrijp je dat ik weinig begrip kan opbrengen voor mensen die zelf de oorlog hebben

meegemaakt en toch aanvaarden om grote armen van mijn lijf af te zagen, ook al zou het om veiligheidsredenen zijn.

Ik leef met het koeren van de duiven van de buurman. Ze hebben het goed in het hok hiernaast. Het is er permanent 24 graden, ze krijgen het beste eten, ze vliegen uit wanneer ze willen. Voor ze weer naar hun hok terugkeren, cirkelen ze rond mijn kruin. Soms wel tot tien keer toe.

Ze zijn met me begaan. Als ik zou verdwijnen, zouden ze een andere boom uitkiezen om van hun vlucht te bekomen. Al van alles hebben ze geprobeerd om dat duidelijk te maken aan de man met het potje zaad, die hen op zondagochtend na de wedstrijd zo snel mogelijk weer bij zich wil. Ik hou ervan als ze op zondag rond mijn kruin vliegen, terwijl hij ‘kom, kom, kom’ roept. Het installeert een ritme, dat anders is dan dag en nacht, winter, lente, zomer, herfst. Dankzij hen weet ik wat een week voor jullie mensen betekent.

Ik zou het appreciëren om nog een eind te kunnen voortleven, ook al is het hier niet vanzelfsprekend. Ik krijg veel steun van mijn zussen verderop, de dames met hun hoge volle kruin die liever niet in gesprek met je gaan.
Samen zijn we onoverwinnelijk.

am_eik_page_droite
am_eik_page_droite

zomereik_page_gauche

Zomereik

Quercus robur

Hoogte: 27,5 m

Omtrek: 3,05 m

Ik groei veel trager dan de Amerikaanse eik. Ik sta ook veel verder van de omheining af. En ik ben beschermd tegen de buren door de taxus die de vrouw des huizes hier dertig jaar geleden plantte. Dat is mijn grote geluk. Aan mijn takken is nog niet geraakt, toch niet op onrechtmatige wijze.

Ik voel heel vrolijk aan, zeg je. Ja, mijn Amerikaanse vriendin hiernaast maakt me aan het lachen met haar verhalen. Als je morgen terugkomt, vertelt ze er weer hele andere. En nooit valt ze in herhaling. Het is haar manier van overleven.

Meer dan twintig jaar geleden, of zelfs langer nog, toen een van onze kameraden hier vlakbij stierf aan een dosis vergif in zijn wortels, kreeg ook de Amerikaanse eik een portie. Ik had toen alweer geluk. Eiken zijn solidair, ook al komt de ene uit Amerika en de andere uit Zuid-Europa. Ze hadden me verwittigd en ik had nog net de tijd om extra veel anti-lichamen aan te maken. Mijn buurvrouw werd daarna nog gruwelijk gemarteld, waardoor bacteriën en schimmels vrij spel hadden en zij vanbinnen aangevreten wordt. Je zag toch dat holletje in een van haar armen?

Als je goed voelt, kan je een kleine hoeveelheid diepe donkerte waarnemen in mijn kernhout. Dat dateert van de tijd van het vergif.

Mijn vriendin hiernaast spuwde toen de negativiteit zomaar in het rond. Dagelijks ontving ik haar golven van pijn, boosheid en frustratie. Op een dag heb ik haar geseind: ‘Maatje, we zijn al een paar kameraden verloren. Als jij zo verdergaat, zal je negatieve energie me ziek maken. Dus doe iets, of je staat hier straks nog heel alleen.’

Zij heeft geluisterd en daar ben ik erg blij om, elke dag opnieuw. Zoals je zelf mocht ondervinden, is ze een geboren verteller. Sinds mijn bericht is ze haar creatieve bron gaan ontwikkelen en die is nu dus overactief. Maar liever dat dan het zwarte gif dat zij elke dag uitspuwde.

Soms vertelt ze ook romantische verhalen. Het hangt af van wat ze zoal uit de omgeving oppikt. Je zou eens op bezoek moeten komen als een van de pluimstaarteekhoorns is langs geweest. Ze kriebelen haar. En hun dansante natuur doet haar boosheid en verdriet vergeten. Dan durft ze zelfs liedjes te zingen. Haar vertellingen zijn een façade, een kanaal voor haar diepe frustratie, maar ze krijgt er mijn vreugde en bewondering voor terug. Het is een contract dat werkt.

Iets over mezelf, zeg je? Over het blauwe licht dat ik uitstraal, mag ik niets vertellen, dat weet je. De atlasceder zal de sluier misschien oplichten. Maar zoals je ziet, ben ik kwistig met mijn zaailingen. Ik probeer. Misschien maak ik wel een kans. En zoniet, niet. Onze soort is gedoemd om uit te sterven in deze regionen. Ik werk mee aan de massale verhuizing naar het noorden en de Vlaamse gaai die je hier af en toe ziet, heeft al ferm werk geleverd. Maar we zijn trage groeiers en de klimaatverandering zit in een stroomversnelling. Daarom zou ik je een gunst willen vragen. Jij reist veel en je kent veel mensen die reizen. Zou je in de herfst nog eens op bezoek willen komen en mijn vruchten meenemen om ze in de wereld te verspreiden? De Vlaamse gaai komt al een heel eind, maar jullie mensen reizen veel en veel verder. Mijn nabestaanden zullen je dankbaar zijn.

zomereik_page_gauche
eiken_page_gauche

gewone_esdoorn_page_gauche

Gewone esdoorn

Acer pseudoplatanus

Hoogte: 33,5 m

Omtrek: 3,88 m

‘Je moet veel preciezer zijn. Je bent gehaast, terwijl tijd van geen tel is in dit werk. Je krijgt exact de tijd die nodig is. Daarop moet je leren vertrouwen, want anders gaat het mis.‘ De enorme esdoorn die dicht bij het huis groeit, klinkt erg boos. Hij vindt dat we dit boek maken voor ons eigen vertier, het gezin om hun nostalgische aard te bevredigen en ik om mijn ego te strelen, zonder aan het welzijn van hen, de bomen, te denken.

‘Met dit boek willen we mensen bewust maken van jullie aanwezigheid, en onze liefde voor jullie als een virus doorgeven, opdat er weer meer respect voor jullie bomen zou zijn,’ antwoord ik, terwijl ik zo rustig mogelijk probeer te blijven. Een boze boom voelen, laat je niet koud.
‘Ook die nobele intentie dient uiteindelijk enkel jullie eigen doel, het voortleven van je eigen soort. Wij bomen, wij redden het wel. Dat weet je heel goed. Zonder de mens nemen wij de hele planeet weer over.’
‘Je bent zo streng. En ook boos. Waar komt dat vandaan?’
‘Van je houding.’
‘Wat kan ik dan doen? Stoppen met dit werk? Dit boek niet uitgeven?’
‘Je moet doen wat jij nodig vindt. Wees je alleen goed bewust dat niet iedereen ermee gediend is, niet elke boom, niet elke mens, niet elk dier.’
‘Wil je niet in het boek verschijnen?’
‘Heb je de plannen van de heraanleg al eens goed bekeken? Ik ga verdwijnen. Dat staat vast. Ik ben stokoud maar kerngezond en ik wil mijn lot in eigen takken houden. Zelfs als ik niet verdwijn, zullen ze in mijn wortels snijden en zal ik verzwakken. Op mijn leeftijd kan ik niet met zekerheid stellen dat ik dat zal overleven.

Ik spreek trouwens ook in naam van de bomen hierachter, de rode beuk en de grote kornoelje, prachtige exemplaren die op een zakdoek tussen twee huizen overleven.’

Ik probeer hem te kalmeren. Het kost me veel moeite en heel veel tijd, waarvan ik aanvankelijk dus dacht dat ik die niet had. Het lukt. En hij vertelt met een zachte stem.
‘Ik ben veel ouder dan dit huis. Alle veranderingen heb ik mogen meemaken. Mijn takken worden ondersteund met een riem. Dat getuigt van het grote respect dat mij altijd is toegedragen. In mijn hout lees je geen sporen van grote martelingen. ‘s Nachts, in het licht van de maan, hou ik de familie gezelschap met schilderingen van mijn bladeren op de muren van de slaapkamers. Altijd oogst ik bewondering, en meer nog in de lente en de zomer, wanneer ik mijn schaduw schenk aan dit zonovergoten terras en de bewoners van het huis in de koelte kunnen barbecuen. Maar nu voel ik me ontredderd.’
‘Wat kan ik voor je doen?’
‘Je kan mijn ontreddering doorgeven. En je kan er ook bij vermelden dat sommige boze bomen wel eens wraak kunnen nemen. Een gewaarschuwd mens is er twee waard. Doodgaan is geen trauma voor een boom. Er bestaat ook geen taboe over, zoals bij jullie. Maar ik zou wel graag op voorhand weten wanneer ik zal sneuvelen, zodat ik me toch wat kan voorbereiden. Ook ik ben de Schreeuw niet vergeten. Als ik het pas te weten kom, als de kettingzaag aangaat, dan beschouw ik hun daad als een moord en dan zal alles wat leeft in deze omgeving, dat geweten hebben. Jaren duurt het voor zo’n traumatische energie in de aarde transformeert. De appelboompjes getuigen ervan. Een cyclus van de wedstrijdduiven, een week dus, is voldoende om iedereen vaarwel te zeggen.’ Ik beloof de esdoorn al het mogelijke in het werk te stellen om hem op tijd te verwittigen. Bij wijze van antwoord krijg ik een warme energiegolf over me heen.

esdoorn_page_droite
esdoorn_page_droite

iepen_page_gauche

Ruwe iep

Ulmus glabra

Hoogte: 33 m en 29 m

Omtrek: 1,94 m en 1,60 m

Wij zijn één enkele boom ondanks onze gescheiden stammen. Heerlijk vinden we het om met mensen te praten. Jullie zijn een fantastische entertainmentmachine. Sowieso is niet een dag hetzelfde, maar de veranderingen die wij hier over de eeuwen hebben gezien, zijn waanzinnig. Jaha, onze wortels zijn al eeuwen oud. De stammen zijn jong, omdat ze eerst gekapt en later vergiftigd en opnieuw gekapt zijn. Een oude boom laat zich niet oppervlakkig verwijderen. Wij groeiden gewoon weer terug.

Veel iepen schieten er niet meer over in Europa, maar wij zijn kerngezond. Het nieuws van de ziekte werd ons gebracht door de eksters. Van eksters wordt gezegd dat ze praatziek zijn, maar voor ons zijn het belangrijke bondgenoten. De energie die je hier voelt, en die je warm en vrolijk noemt, is die van de moederboom.
Alleen beton kan ons kapot maken. Ze zouden gek zijn om het te doen. Of toch zonder ons eerst ferm te stekken, want we zijn een schatkist aan uniek genenmateriaal. In termen van biodiversiteit zijn we meer waard dan het hele huis. We vertellen het je omdat we van mensen houden. Voor ons is het niet van belang. Als wij sterven, transformeren we en daar kunnen wij als bomen zelfs naar uitkijken. We zouden het fijn vinden om weer als iep op te groeien, maar natuurlijk blijven we liefst van al gewoon staan.

Onze zaden liggen in hoopjes over de hele straat, in de goot en langs de voortuintjes van de huizen. Ze belanden zelfs tot in de hal, soms tot in de keuken en met wat geluk reizen ze mee in een valies naar ongekende oorden. We strooien ze massaal in het rond, als confetti.

Wist je trouwens dat jullie gebruik van confetti tijdens carnaval op onze kwistige voortplantingsmethode is geïnspireerd? Het is een feestelijk ritueel, op het einde van de winter. Het zet een nieuwe lente in, in jullie geval met papier, dat ook van ons, bomen, is gemaakt. Daarom dat we zo dol zijn op de jaarlijkse stoeten. Eerst waren het processies, nu is er nog de carnavalsstoet. Zo’n sliert van paraderende mensen en versierde wagens, en al die confetti die daarbij aan onze voeten en in onze bladeren belandt, daar kunnen wij echt een tijd dronken van zijn.

Het blauwe licht? Stralen wij blauw licht uit dan? Het is misschien jammer dat we aan de straatkant staan. De stroom van auto’s, fietsers en wandelaars met honden aan de leiband, die hier dagelijks passeren, heeft ons zeker oppervlakkiger gemaakt, relativerend ook. Wij genieten volop wanneer we een nieuwtje opvangen uit het dorp, al is het maar een flard, of als we de vrolijk fluitende buurman horen arriveren.

iepen_page_droite
iepen_page_droite

meelbes_page_gauche

Meelbes

Sorbus aria

Hoogte: 17 m

Omtrek: 2,01 m

Deze meelbes wilde aanvankelijk niet spreken. Ze leeft verborgen tussen de rododendron en de bamboe, die zich in enkele jaren als een grootgrondbezitter heeft verspreid. De stam is oud, gehavend en wordt ingenomen door klimop. Als de zon in het zuiden staat, tekent die indrukwekkende schilderingen op haar enorme stam. Alles aan de boom straalt grote angst uit.

Ik probeerde een twijg van de klimop los te halen in de veronderstelling dat ze verstikte in zijn omhelzing. Toen hoorde ik voor het eerst haar stem. Of ik de klimop alsjeblieft wilde laten leven. Ik bleef nog een tijdlang in haar gezelschap. Het blauwe licht was sterk aanwezig.

Beetje bij beetje voelde ik mijn lichaam verstijven, als werd ik zelf een boom, die naast de meelbes leefde, vlakbij de omheining van de buren. Ik gaf mezelf over. Het was een bijzondere ervaring om van hout te zijn, en enkel de wind te voelen, op mijn wangen en in mijn haren. Toen ik helemaal vergroeid was met de grond, begon de meelbes te spreken.

Precies op de plek waar ik stond, had haar dochter geleefd, voor wie ze dag in dag uit had gezorgd. Bomen kiezen maar één zaailing uit om die in al het nodige te kunnen voorzien. Nog maar net was ze zelfstandig of het perceel van de buren werd verkaveld. Omdat haar dochter precies op de grens stond, werd ze zonder omhaal gehakt.

Zelf is ze dochter van een cultivar, gegroeid uit een zaadje dat een lijster in haar vlucht liet vallen, voorzien van een gezonde portie mest. Voor cultivars is het een onnatuurlijke ervaring om een dochter te verliezen.

Jarenlang had ze zich eenzaam gevoeld, en ze was de klimop dankbaar dat die haar was komen omarmen. En later verwelkomde ze ook de rododendron die het erg naar zijn zin had aan haar stam. In de duisternis van de struiken kwam haar kernhout weer tot rust. Maar de angst voor de mens is nooit verdwenen. Ze kijkt er niet naar uit om weer in het volle licht te komen staan. Als dat toch moet gebeuren, dan hoopt ze dat het gradueel kan, zodat ze voldoende tijd heeft om zich aan te passen.

meelbes_page_droite

Atlasceder

Cedrus atlantica

Hoogte: 26,5 m

Omtrek: 2,27 m

Aanplanting: 1929

Het is een eer dat we in mensenvorm mogen verder leven. Jullie schrift, waarvoor wij graag ons hout verlenen, lijkt op de manier waarop wij als bomen leven en overleven. Alle informatie ligt in onze wortels opgeslagen, we bewaren een kopie in ons kernhout. Wie leert luisteren, kan een hele streekgeschiedenis in ons lezen. Als we omgehakt worden, draagt het hout dat hergebruikt wordt ons verhaal.

Mijn verhaal reikt terug tot het begin van de vorige eeuw. Ik ben gegroeid uit zaden van een cederboom die Meneer Godin eigenhandig invoerde uit de Londense Kew Gardens, waar hij beland was tijdens een zakenreis. Kew Gardens was de plek bij uitstek voor advies over bijzondere bomen die tuinen groot aanzien konden geven. Het is tekenend dat status nu eerder getoond wordt door luxueuze wagens dan door imposante bomen.

Tijdens dat bezoek ontmoette hij een vrouw die er wetenschappelijk onderzoek deed naar bomen, maar daarvoor niet werd erkend. Ze gaf al haar ontdekkingen door aan haar mannelijke collega die met zijn naam de geschiedenisboeken vulde. De vrouw was geen uitzonderlijke schoonheid, maar ze had een prachtige stem en fijne, zachte handen. Meneer Godin keerde verschillende keren terug. Ze gidste hem langs inheemse en exotische bomen en toonde hem hoe je bomen advies kan vragen over verschillende kwesties. De kastanje kan je consulteren over persoonlijke zaken, de notelaar over streekgebonden vragen, de iep over geldzaken, de beuk over cultuur, de sequoia voor planetaire kwesties, de wilde kastanje voor maatschappelijke vragen, de fruitbomen voor

gezondheidszaken, de catalpa voor vragen rond genezing, de ginko voor relationele zaken, de eik voor zaken van rechtspraak en ethiek, de berk voor toekomstvragen, en mij kan je raadplegen voor vragen rond cellulair, planetair en interplanetair evenwicht.

Godin had de droom om zijn tuin in te richten met al deze verschillende exemplaren. De crisis van begin jaren dertig besliste er anders over. Al zijn aandacht en energie moest hij aanwenden om het voortbestaan van zijn fabriek te garanderen. Hij verhuisde naar een woning dichterbij zijn kantoor en de boomgaard zoals hij zich die had ingebeeld werd een droom die hij in een ander leven zou uitvoeren.

Het is tijd om je mijn geheim te vertellen, dat ook het geheim van de tuin is. Ooit was ik een lavasteen. Alle bomen bij wie je het blauwe licht hebt gevoeld, zijn bomen die erkennen dat ze ooit lavasteen waren. Het vraagt levenservaring om tot dat punt te komen. Jonge bomen zijn volop bezig met hun groei naar het licht. Eens ze het licht bereiken en dag na dag, seizoen na seizoen, voelen, zien en weten dat ze licht zullen blijven ontvangen, groeit hun vertrouwen dat hun voortbestaan zo goed als verzekerd is. Nog hooguit een storm kan dan schade aanrichten, of een mens met een herbestemmingsplan.

Wanneer er voldoende lichttoevoer is, kan een boom andere aspecten exploreren, zoals zijn DNA. Eens je beseft dat je ooit lavasteen was en dat je al die tijd op aarde hebt mogen leven, dan mag er gebeuren wat wil, dan kan je alleen nog maar dankbaarheid voelen. Dat is het blauwe licht dat we uitstralen in deze tuin.

atlas_page_droite
atlas_page_droite

Inhoud

kastanje_gauche

kastanje_gauche

boomgriffier

http://www.boomgriffier.eu